![]() |
![]() |
|||||
| Reisverslag Maleisie | Verhalen Maleisie | |
| Ashley Gardens Holiday Village, Melbourne, Australie, 18 mei 2003
Gefilmp: 7 uur en 21 minuten.
Nieuwe indrukken: De Maleisiers vormen een krappe meerderheid (53%) tegenover de Chinese (26%), Indiase (8%) en andere minderheden. Maar ze lijken er alles aan te doen hun overwicht uit te bouwen. Soms letterlijk. Misschien was m'n objectieve blik vertroebeld door de berichten vanuit Nederland, waar m'n familie en vrienden de ene baby na de andere ter wereld werpen, maar in Maleisie lijkt iedere vrouw zwanger te zijn. Van haar 5e kind. Bovendien wegen de kinderen hier op hun 4e reeds meer dan ik op m'n 23e. Ik begrijp dat Lord of the Rings populair is, maar om nou al je kinderen op Bilbo Balings te laten lijken. Het zou er overigens veel mee te maken kunnen hebben dat de Amerikaanse investeerders hier al stevig hun voet tussen de restaurant-deur hebben gezet. Vooral in Kuala Lumpur zit zelfs in de meest obscure achtersteeg nog een McDonalds. Met op de hoek een Burger King. En daartussen Dunkin' Donuts. En TGI Fridays. Enzovoorts. Samen met de restaurant-ketens geeft de overvloed aan westerse winkels je in Maleisie nauwelijks de indruk dat je je in een Islamitisch land bevindt. Ik heb in de eerste paar hotel-kamers, voor het slapen gaan, nog menig uurtje naar een grote pijl (met de naam Kiblat) op het plafond liggen staren, in de veronderstelling dat dit de weg naar de nooduitgang was. Ik wil maar zeggen. Ter verdediging kan ik alleen aanvoeren dat in het eerste hotel de pijl naar het raam wees. Als je even afziet van het feit dat we op de derde verdieping zaten en er geen ladder buiten het raam hing. Maar in Azie ontbreken wel meer dingen. Het begon me pas te dagen in het tweede hotel, waar de pijl op een blinde muur gericht was. Het kon toch niet de bedoeling zijn dat je in geval van nood een gat naar de buren moest hakken. Nee. Dan moest die pijl wel op Mekka gericht zijn. Komt bij gebrek aan brandladders op hetzelfde neer. Bij brand: op je knieen en bidden dat de brandweer er op tijd bij is. Buiten Kuala Lumpur zijn de Islamitische signalen een stuk duidelijker. Met name in de provincies waar de in populariteit groeiende Islamitische partij de leiding heeft dragen bijna alle Maleisische vrouwen een hoofddoek. Met daaronder een strak t-shirt en een dermate strakke spijkerbroek dat zelfs Britney Spears zich zou hebben afgevraagd of het niet een maatje groter kon. De lange aanwezigheid van de Britten in Maleisie heeft onmiskenbaar z'n invloed op de nationale taal gehad. Veel woorden en uitdrukkingen zijn direct te herleiden tot het engels. Alleen gaf de spelling me soms de indruk dat wellicht een hardnekking in Melaka achtergebleven (en zeer invloedrijke) Nederlander de schrijfwijze in het Maleisisch op zich had genomen. Taxi? Da's te moeilijk. Maken we Teksi van. Business? Dat wordt Bisnes. En creamer wordt natuurlijk krimer. Voor de sceptici onder u: aiskrim (icecream) en telekomunikasi. Het enige Nederlandse woord dat ik in Maleisie ben tegengekomen is "duit". Duit. De culturele bijdrage van 100 jaar nederlandse aanwezigheid in Maleisie. In 1 van de meest Westerse landen die we in Azie hebben bezocht (ondanks de veelvuldig op radio en tv naar je hoofd geworpen "Malaysia, truely Asia" - slogan, die je van het tegendeel lijkt te willen overtuigen), gaat de aandacht al bijna automatisch meer uit naar het bossen- en beestenspul dan naar de Maleisiers zelf. En in dat geval zit je hier goed. Tenzij je aan insectenfobie lijdt; in Maleisie komen ze in dezelfde maten als de Amerikaanse condooms: large, XL en jumbo. In Nederland kunnen de bromvlieg en de bij nog gemakkelijk voor de macho's van het Hollandse keuken-territorium doorgaan. Mietjes zijn het vergeleken met de groene, duimdikke vliegende kevers (waarvan de naam me is ontschoten) die in hun eentje, bij een ongelukkige confrontatie, een stalen ventilator van een meter doorsnee kunnen laten klinken als het carillon van een middelgrote Christelijke gemeente. In 1 restaurant gaf de aanvaring tussen deze vliegende onderzeeer en de ventilator zo'n klap dat ik me even afvroeg of de kok de wok uit z'n vingers had laten glijden. Ook zijn sommige insecten geweldig gecamoufleerd. Ben verscheidene keren met een groot vraagteken boven m'n hoofd langs een kooi met een plant gelopen, voordat ik doorhad dat 1 van die blaadjes een bladinsect was. Met een vorm en kleur bijna identiek aan de bladeren waar ie tussenhing. In Cameron Highlands moest Leyla me bijna met m'n neus in een terrarium duwen voor ik de bladkikker kon onderscheiden van z'n omgeving. Ze zijn iets eenvoudiger te vinden tussen onze plaatjes van Maleisie. Gezien en gedaan: Pulau Perhentian Besar
Aan de rand van het koraalrif, waar het water aanzienlijk dieper en kouder is, bestond volgens mijn neef Frank de mogelijkheid, als je maar lang genoeg rondsnorkelde, om schildpadden te zien. Nou had ik ondanks een snorkelsessie in Thailand (waar ik met 45 Singaporese toeristen in het water lag) nog niet bijster veel vis of koraal waargenomen. Dat werd hier dus ruimschoots goedgemaakt. Toen ik na een uur snorkelen (alleen in zee, 300 meter uit de kust) voor de eerste keer in m'n leven een schildpad onder me door zag zwemmen begon ik bijna te gillen van opwinding (of te borrelen, gezien de omstandigheden). Daarna bleef het nog zeker een uur opwindend door de 6 rif-haaien die me in die tijd voorbij zwommen. Had graag weer even tussen die 45 Singaporesen gelegen. Kota Kinabalu In het prille planningsstadium van onze reis hadden Leyla en ik ooit eens bedacht, zonder eerst eens goed op de kaart te kijken, de boot van West Maleisie naar Sabah (noordoost Borneo) te nemen. Dit bleek, bij nader inzien, 1 van de stomste ideeen tot op heden. Met een stevig doorvliegende Airbus ben je al 1,5 uur bezig en die boot bestaat volgens mij niet eens. Op het laatste moment dus een nachtvlucht naar Kota Kinabalu en een hotelkamer voor de eerste nacht geboekt. Bij aankomst in nachtelijk Kota Kinabalu bleek de bedoelde buurt van ons hotel nog wel te bestaan, alleen waren (sinds de publicatie van de laatste Lonely Planet; nooooit up to date) alle straatnamen gewijzigd. Na enig gepuzzel met de oude kaart vonden we de straat, echter het hotel bleek te zijn verdwenen. Bovendien werd de telefoon niet meer opgenomen. Van ellende maar om 4 uur 's morgens ingecheckt in de enige tent in de buurt die nog open was en kamers per uur verhuurde. Ja, zo'n hotel. De volgende dag vroeg uitgecheckt en verkast naar een betere kamer in de binnenstad. Nog even bijgeslapen en toen opgestaan en drie kwartier gelopen naar Golden Resorts, het bureau, aan de rand van de stad, waar je je reservering voor de beklimming van Mount Kinabalu kon betalen. Voor de deur van het kantoor vertelde iemand me dat Golden Resorts vorig jaar naar de binnenstad was verplaatst. Naar een complex nog geen 100 meter van ons nieuwe hotel. Ik was klaar voor de beklimming van Mount Kinabalu. Mount Kinabalu
De minderheid van de bezoekers aan Kinabalu NP die zich jaarlijks aan de beklimming wagen wordt sterk geadviseerd de 1e dag naar 3300 meter te wandelen en de volgende morgen de laatste 800 meter, gedeeltelijk via touwen, naar de top te klauteren. Om de zonsopgang (6.00 uur) mee te maken moest je zeker 3 uur van te voren vertrekken. Dat betekende opstaan om half drie. Dit leek me wat overdreven. Als eigenwijze Nederlander zat ik dus 's morgens om half vier nog uitgebreid aan m'n gebakken eieren met spek in een bijna geheel verlaten kantine. Twee Japanners hingen enigszins verslapen in een hoek en aan de bar stond mijn gids tevreden te wachten. De overige 90 mensen die deze ochtend voor goud gingen waren tenminste een half uur eerder vertrokken. In de eerste minuut van onze klim vroeg ik m'n gids, een professionele up hill hardloper, om een beetje op m'n ademhaling te letten maar verder in een redelijk tempo twee passen voor me uit te lopen. Ik weet niet hoe ie het gedaan heeft, maar 1 uur en 55 minuten later stond ik diep ontevreden als 5e op de top van Mount Kinabalu. Had ik dus nog mooi een half uur langer in bed kunnen blijven liggen. Maar het werd allemaal meer dan goedgemaakt door het laatste half uur van de klim, waarbij het kale gletsjerdal vlak voor de top in een blauw-achtig licht was gehuld en de pieken aan weerszijden zwart afstaken tegen de nachtelijke hemel. Mooier dan de zonsopgang zelf. Sungai Kinabatangan Kinabatangan is een rivier die door het hart van Sabah stroomt en aan
beide oevers, in 1 van de laatste stukjes regenwoud, habitat biedt aan
de laatste oerwoud-bewoners. Meer dan 60% van het woud is gekapt door
palmolie-geile plantageboeren - mocht je nog iets met palmolie in je
keuken of badkamerkastje hebben staan, flikker het in de vuilnisbak
en zweer het nooit meer te kopen. Verder stroomopwaarts dan menig ander
kamp kan je bij Uncle Tan, voor weinig, op een schimmelmatras met muskietennet
onder drie planken en een golfplaat midden in de jungle slapen. Gelukkig boden de 3 dagen ons voldoende bootsafari's om 20 keer zeiknat te regenen en kingfishers, hornbills, krokodillen en zeer veel neusapen te zien. De neusaap, een lelijk kreng van jewelste, wordt hier Orang Belanda genoemd. Dit betekent "Hollander". Dank je wel Maleisie.
| Gezien en gedaan in Maleisie:
| |
Foto'sMaleisie | ||
|
| ||
Andere reisverslagen | ||
China | ||
| | ||